-
Vertrek van trainer
- 15 uur geleden
Noa Lang verprutst kansen op transfer bij PSV met slechte spel

Noa Lang zag een winterse transfer naar Napoli niet doorgaan, maar zou komende zomer wel mogen mikken op een vertrek bij PSV. Het is volgens Wim Kieft echter de vraag of het daadwerkelijk zo ver komt, daar de 25-jarige aanvaller niet in de beste vorm verkeert. Eerder wees PSV een bod van 25 miljoen euro af voor Lang, die nu voor een bedrag tussen 20 en 30 miljoen euro opgepikt zou kunnen worden.
Napoli hoopte afgelopen winter op de komst van Lang, waarvoor PSV mondeling via een tussenpersoon een bod van 25 miljoen euro ontving. De Eindhovenaren veegden de aanbieding van tafel en gingen ook niet overstag bij dertig miljoen euro. Lang bleef zodoende bij PSV, waar hij dit seizoen meedeelt in de malaise en blijft steken op 10 goals en 10 assists in 37 optredens.
Ook Kieft is kritisch op Lang in zijn column voor De Telegraaf. "Lang is na een goede start in de zomer van 2023 nooit meer bepalend geweest voor PSV. Na zijn langdurige blessure blinkt hij weliswaar uit in praatjes, maar is hij onzichtbaar op het veld", aldus de oud-voetballer. Lang werd voor 12,5 miljoen euro anderhalf jaar geleden overgenomen van Club Brugge, dat nog 2,5 miljoen euro extra kan ontvangen middels bonussen.
Lees ook: Vijf namen in beeld voor opvolging van Peter Bosz bij PSV
Kieft weet nog dat Lang afgelopen winter graag wilde vertrekken. "Hij was teleurgesteld dat PSV hem in januari niet naar Napoli liet vertrekken", haalt de oud-spits aan, die Lang herinnert aan de deal die sloot met Earnest Stewart. "Met zijn volle verstand heeft hij bij PSV een contract tot medio 2028 getekend. Laat het eerst eens zien daar."
Komende zomer mag Lang vertrekken als het juiste bedrag op tafel komt, zo schreef Rik Elfrink namens het Eindhovens Dagblad. Kieft denkt dat voor Lang in goede doen dit geen probleem is, maar op dit moment zet hij zijn vraagtekens. "Je verwacht de beste versie van Lang om alsnog een transfer af te dwingen, maar van die versie zie je weinig tot niets de laatste maanden", concludeert Kieft.